Fair trade van eigen bodem: een label of het nieuwe normaal?

Fair trade van eigen bodem: een label of het nieuwe normaal?

14/03/2015

Soms heeft een krant amper woorden nodig om een probleem scherp te stellen. “De boer heeft geen macht meer”, blokletterde de Standaard vrijdag 13 maart op pagina 12 boven een stuk over onleefbare inkomens van landbouwers. Wie geen zin had om bij het ontbijt een lang artikel te digesteren, kon de bladzijde omdraaien om de achterliggende oorzaak te ontdekken. Op pagina 15 stond namelijk een advertentie van Aldi: krielaardappelen voor 0,50 euro per kilo, biobananen voor 1 euro per kilo. Wie is het kind van deze lage voedselrekening? Keer één bladzijde terug.

Als remedie voor deze onleefbare prijsdruk die steeds meer landbouwbedrijven richting faillissement drijft, pleit hoofdredacteur Karel Verhoeven in zijn editoriaal voor een Fair Trade keurmerk in België dat boeren een eerlijke prijs garandeert. Een interessante piste, maar dat is niet even snel geregeld. Belangrijker is de weg ernaar toe, waarbij verschillende spelers uit het voedselsysteem - boeren, voedingsbedrijven, supermarkten, maatschappelijke organisaties - samenwerken om principes van eerlijke handel vast te leggen en afdwingbaar te maken.

Want niet alleen de boer heeft geen macht meer. Geen enkele supermarkt is bij machte om alleen iets te veranderen. Hoe groot hun omzet ook is, uiteindelijk zijn ze de gevangenen van een systeem dat kortetermijndenken beloont. Een supermarkt die zijn producenten meer zou betalen, moet hogere prijzen aanrekenen en verliest marktaandeel. Allemaal weten ze dat het hen in de toekomst zuur zal opbreken, maar zolang de muziek blijft spelen, is niemand gedwongen te veranderen.

Wie simpele oplossingen wil horen, moeten we ontgoochelen. Toch kunnen we uit eigen onderzoek en uit de vele gesprekken die we de voorbije maanden voerden - zie het boek #SavetheFoodture - een aantal elementen naar voren schuiven om de neerwaartse spiraal van korteterrmijndenken te keren.

Nauwere samenwerking tussen de spelers in de keten

Innoveren op duurzaamheid vergt samenwerking. Geen groepsknuffels, wel empathie voor elkanders situatie en de bereidheid om te zoeken naar nieuwe business modellen die winsten en risico’s billijk verdelen. Werk aan producten die consumenten aanspreken omwille van kwaliteit en duurzaamheid – niet enkel omwille van de prijs.

Transparante ketens

Supermarkten en voedingsbedrijven hebben vaak geen idee welke producent er welk onderdeel van een product geproduceerd heeft, welke prijs de boer ervoor kreeg, of in welke werkomstandigheden er geproduceerd wordt. Pas als de transparantie doorheen de keten vergroot, worden pijnpunten blootgelegd en kunnen ze verholpen worden. Onafhankelijke audits kunnen een begin zijn.

Een aankoopbeleid dat verder kijkt dan de prijs

Aankopers bij supermarkten worden vooral gehonoreerd voor de prijs die ze bedingen. Sociale en ecologische prestaties van het productieproces blijven buiten beeld. De mooi geformuleerde bedrijfswaarden moeten weerspiegeld worden in de aankooppraktijken. Duurzaamheidscriteria moeten dus opgenomen worden in de richtlijnen en evaluaties van aankopers.

Keuzes sturen

Geen keuze laten, is soms de beste keuze. Choice editing gebeurt al af en toe, bijvoorbeeld Colruyt en Delhaize die voor 100% duurzame vis gaan. Choice editing kan ook op een indirecte manier, door bijvoorbeeld minder duurzame fabrikanten een minder prominente plek in de rekken te geven.

Pre-competitief overleg en afspraken

Als bedrijven verregaand investeren in milieuvriendelijkere productieprocessen en een betere verloning voor producenten, levert dit hen vandaag een concurrentienadeel op. Daarom is het nodig om onder supermarkten en voedingsbedrijven pre-competitief minimumdrempels af te spreken. Voor cacao en palmolie gebeurt dit al op internationaal vlak, in eigen land zijn er voorzichtige stapjes met bijvoorbeeld de rundsvleesindex. Van deze schuchtere stappen moeten we sprongen maken.

Overheid, trek het speelveld gelijk

Een vrije markt heeft waarden nodig: respect tussen handelspartners, transparantie, integriteit. Het is aan overheden om deze marktsturende rol op te nemen door minimum duurzaamheidsnormen vast te leggen. Ook al is het niet gemakkelijk, de overheid kan een afdwingbaar mechanisme scheppen om te verhinderen dat boeren onder de kostprijs moeten verkopen. En de overheid kan beginnen met het goede voorbeeld te geven door meer duurzaamheidscriteria op te nemen in lastenboeken voor openbare aanbestedingen.

Een fairtradelabel of een ander duurzaamheidslabel is een belangrijk instrument om de consument een geïnformeerde keuze te laten maken. Maar achterliggend moet zo’n label alle partners in de voedingsketen aanzetten om van eerlijke handel en duurzaamheid het nieuwe normaal te maken. In Vlaanderen hebben de ketenactoren hiertoe een “transformatieproject” opgezet. Het is een werk van lange adem, maar de situatie is urgent. Een gebrek aan ambitie is dus geen optie.

Lily Deforce, Fairtrade Belgium (voorheen Max Havelaar) Gert Engelen, Vredeseilanden

Download het gratis eBook #SavetheFoodture...