Jongeren en landbouw in Afrika

Jongeren en landbouw in Afrika

29/01/2020

Rikolto zet al langer in op jongeren én landbouw. Logisch, want het zijn die jongeren die in de toekomst voor ons voedsel zullen zorgen. Overal ter wereld staat de landbouw onder druk. Iedereen wil graag lekker eten, maar als boeren niet kunnen leven van hun werk, stoppen ze ermee. Wereldwijd gaat de gemiddelde leeftijd van boeren richting 60 jaar. Als het zo verder gaat, zetten we de toekomst van ons eten op het spel.

Onvoorspelbare weersomstandigheden, hoge investeringen, klimaatverandering, een onzekere markt,... Het zijn allemaal factoren die het boeren er niet makkelijker op maken. Hard werken en veel risico’s dragen in ruil voor een onzeker inkomen ... dat schrikt jongeren begrijpelijk af.

Maar je kan het ook anders bekijken, de landbouwsector biedt ook heel veel mogelijkheden voor jonge ondernemers. Door jongeren kennis te laten maken met die mogelijkheden wil Rikolto een baan in de landbouw weer aantrekkelijk maken. In de loop van vorig jaar organiseerde de FAO, in samenwerking met Rikolto en YPARD(Young Professionals in Agricultural Development), 2 workshops voor jongeren in respectievelijk Oost-Afrika en West Afrika.

Jongeren, landbouw en verstedelijking in Oost-Afrika

Bijna 20% van de bevolking in Oost-Afrika zijn jongeren tussen de 15 en 24 jaar. De meeste van die jongeren leven op het platteland. 40 van die jongeren uit Uganda, Kenia, de Democratische Republiek Congo, Tanzania en Rwanda reisden naar Mbale in Uganda om er deel te nemen aan de workshop. Na afloop spraken wij met Raïssa Tshikandama en Aimé Kazika, allebei leden van YPARD-Congo. Terug in Kinshasa vertelden ze ons enthousiast over hun ervaringen én hun plannen.

Leren, weten, vergelijken

"Leer, weet, vergelijk.” Dat was het motto waarmee Raissa naar Uganda vertrok. Ze vertelt dat ze vooral wou zien hoe jongeren in Uganda de zaken aanpakken en daarvan iets mee terug nemen naar huis, naar Congo. "We hebben verschillende interessante plekken bezocht, we zagen goed functionerende toeleveringsketens, efficiënt georganiseerde landbouwbedrijven, … . In Congo ontbreekt dat nog en zijn het vaak stukjes en beetjes. In Uganda maken jongeren het verschil. Ze werken hard, investeren echt in wat ze doen en stellen realistische doelen", zegt ze.

Aimé onthoudt vooral de interessante voorbeelden die hij heeft gezien: "Goede landbouwpraktijken om de opbrengst te verbeteren. Het sociaal-economische klimaat dat jongeren de kans geeft om vooruit te komen. De sterke coöperaties die uien en paprika's produceren.” Hij is ervan overtuigd dat die voorbeelden ook in Congo kunnen toegepast worden. "Weet je,” zegt hij “we hebben een visie én beleid nodig dat jong ondernemerschap aanmoedigt. In Congo zijn er jonge mensen zoals ons nodig die een voorbeeldfunctie kunnen vervullen om anderen de weg te wijzen. Zo kan het land er op vooruitgaan.

Moeilijke toegang tot kredieten.

In Congo is er voor jonge ondernemers nauwelijks toegang tot financiering. Als de jongeren uit Congo zien hoe die toegang tot krediet werkt als een hefboom in andere landen, reageren ze fel. “Wij verwachten van de politieke verantwoordelijken dat ze daar iets aan doen. In Congo is er geen kapitaal voor jonge mensen met ideeën. De rente is buitensporig hoog. Als je duizend dollar leent, moet je 1500 dollar terugbetalen!". Gelukkig zijn er in deze moeilijke tijden toch tekenen van hoop. Kazika legt uit: "We hebben bij het ministerie van Landbouw 27 projecten van jongeren uit 7 verschillende provincies ter financiering ingediend. Deze financiering komt van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB), in het kader van het *Youth Entrepreneurship in Agriculture and Agribusiness project *(PEJAB).

Groeiende steden, een kans voor het grijpen.

De meeste Afrikaanse landen maken een snelle verstedelijking door, wat nieuwe uitdagingen met zich meebrengt, maar ook nieuwe kansen biedt. Deze verstedelijking brengt nieuwe sociaal-economische factoren met zich mee, zoals veranderende voorkeuren van consumenten en markten, toegang tot nieuwe middelen, digitalisering, … maar ook beperkingen op het gebied van land en watervoorraden én de afnemende belangstelling van jongere generaties voor de landbouw. Daarom zijn effectieve en efficiënte oplossingen nodig om duurzame landbouw in en rond de steden te bevorderen. Zo kan de toegang tot voedzaam voedsel gegarandeerd worden, worden de natuurlijke hulpbronnen beschermd en zijn er kansen voor de volgende generatie landbouwers in de agro-voedingssector.


Duurzame voedselsystemen: jonge West-Afrikaanse ‘agro-ondernemers’ doen mee!

Een 2de workshop vond plaats in Saly (Senegal), waar 36 deelnemers uit 6 West-Afrikaanse landen gedurende 5 dagen konden leren én uitwisselen over onderwerpen zoals duurzame landbouwpraktijken, toegang tot land en financiering, zakelijke mogelijkheden in de lanbouw- en voedingssector en ICT in de landbouw. De jongeren werden begeleid door verschillende professionals uit de sector aan wie ze al hun vragen konden stellen, maar deelden ook zelf hun ervaringen en leerden zo ook van elkaar.

In het programma werd ook tijd genomen voor persoonlijke ontwikkeling, zoals het ontwikkelen van leiderschapsvaardigheden of het ontwikkelen van een toekomstvisie voor zichzelf, hun bedrijf of de eigen organisatie.

Naast het aanleren van deze belangrijke vaardigheden en kennis voor jonge ondernemers, bezochten de deelnemers 2 landbouwinitiatieven waar jongeren centraal staan in de landbouwproductie. Die bezoeken gaven de jongeren een inkijk hoe duurzame, toegankelijke en rendabele landbouw kan functioneren én hoe jonge ondernemers er kunnen van leven.

Meestal, als we het hebben over ‘lokaal consumeren’, kijken we naar de ‘andere’, die lokaal moet consumeren en onze producten moet kopen. Maar het is aan onszelf, wij die in de landbouw of de voedselverwerking werken, om het proces in gang te zetten. Door te consumeren wat anderen lokaal produceren, geven we hen dezelfde kans die wij zoeken om onze bedrijven te runnen.

Hamado Tapsoba Directeur van het Regionaal Kantoor Rikolto in West-Afrika

Zo benadrukt de Hamado Tapsoba het belang van het bundelen van de krachten om de uitdagingen van vandaag en morgen in de West-Afrikaanse regio het hoofd te bieden. Want als de problemen van de regio vaak gemeenschappelijk zijn, dan zijn de oplossingen dat ook.

Dat uitwisseling tussen jonge ondernemers erg belangrijk is, heeft men in Senegal goed begrepen. Zo is Oumar Syll, vertegenwoordiger van de FAO tijdens de workshop, gestart met een nationaal platform voor jongerennetwerken in agro-business in Senegal. Bedoeling van dit platform is om de banden tussen jongeren te blijven aanhalen en hun vaardigheden te versterken, zowel in de productie zelf, de agro-voedingssector en de agro-business, logistiek na de oogst, zaadproductie, marketing als in het leveren van diensten in de voedselketen.

Wij, de jeugd, zijn met de kennis die we tijdens deze workshop hebben opgedaan, klaar om het verschil te maken in de landbouwsector, in onze gemeenschappen, in onze landen, in Afrika en daarbuiten. Wij kunnen het verschil maken door onze collectieve kracht als jonge professionals. Ik dring er bij alle deelnemers op aan om met de in deze workshop opgedane kennis écht dat verschil te maken.

Kofi Acquaye Kisiedu Coördinator, YPARD Afrika

In deze complexe weg van ondernemerschap willen Rikolto en zijn partners deze jongeren blijven aanmoedigen, versterken en begeleiden in hun innovatieve en veelbelovende ideeën. Want het zijn deze ideeën die morgen zullen zorgen voor gezonde en duurzame landbouw én voedsel in stedelijke en landelijke gebieden, en niet enkel in West-Afrika.