Nieuw boek schetst cruciale rol van steden in de voedseluitdaging

Nieuw boek schetst cruciale rol van steden in de voedseluitdaging

10/12/2019
Charlotte Flechet
Charlotte Flechet
Food Smart Cities coordinator

Rikolto (het vroegere Vredeseilanden) en Eos Tracé lanceren het boek “Wat eten we morgen: Food Smart Cities in de spits van een duurzaam voedselsysteem”. Het boek bundelt inzichten uit 9 steden over de hele wereld die voedsel gebruiken als hefboom om de grote uitdagingen aan te pakken waar ze voor staan.

Voedsel staat immers op het kruispunt van enkele van de meest kritieke uitdagingen: klimaatverandering, voedselzekerheid, verlies van biodiversiteit, gezondheid, werkgelegenheid,... Stuk voor stuk uitdagingen die er niet kleiner op worden. Tegen 2050 zal de wereld bijna 10 miljard mensen tellen, waarvan 2 op de 3 in steden zullen wonen. Allemaal mensen die op een beperkte oppervlakte moeten samenleven, wonen, werken... en eten.

Maar wat als we voedsel als oplossing gebruiken voor al die uitdagingen? En wat als steden dienst doen als labo om het voedselsysteem van morgen te ontdekken? Dat is de insteek van het boek, en daar zijn goede redenen voor.

Naar verwachting zal 80% van alle voedsel in steden worden geconsumeerd. Stadslandbouw zal daarvan slechts een beperkte hoeveelheid kunnen leveren. Maar steden kunnen een groot deel van het voedsel uit de omliggende gebieden betrekken: 40% van het akkerland in de wereld bevindt zich in een straal van 20 km rond de steden.

Tegen 2050 zal de wereld bijna 10 miljard mensen tellen, waarvan 2 op de 3 in steden zullen wonen.

Steden zijn wendbaarder in hun besluitvorming en kunnen sneller handelen dan andere overheidsniveaus om te experimenteren met innovatieve oplossingen. Als koplopers kunnen ze andere steden en actoren beïnvloeden om hun voorbeeld te volgen. Steden staan dicht bij de burgers en kunnen hen betrekken bij de besluitvorming, wat kansen biedt op nieuwe vormen van participatie waarbij burgers mede-eigenaar worden van het stedelijk voedselbeleid.

Tussen maart en augustus 2019 bezochten drie journalisten van Eos Tracé (Marieke van Schoonhoven, Dieter De Cleene en Melissa Vanderheyden) partnersteden van het Food Smart Cities-programma van Rikolto. Ze ontdekten initiatieven die veiliger, gezonder en duurzamer voedsel toegankelijk maken voor burgers. Het boek “Wat eten we morgen?” vertelt het verhaal van de meer dan 130 mensen die ze ontmoetten in 9 steden in Vietnam, België, Tanzania, Indonesië, Ecuador, Honduras en Nicaragua.

Met deze publicatie hopen we meer steden en actoren te inspireren om initiatieven te starten die de kwaliteit en duurzaamheid van voedsel verbeteren.

Download het e-book

Geef hieronder uw naam en e-mailadres in. U ontvangt dadelijk een mail met de downloadlink. Tenzij u aankruist om onze nieuwsbrief te ontvangen, zullen we uw data niet verder gebruiken. We willen enkel een zicht krijgen op hoe vaak het boek gedownload werd.

Een 8-tal mails per jaar.

Enkele voorbeelden

In Ecuador onderzoekt Melissa Vanderheyden hoe de voedselstrategie van Quito bijdraagt aan de veerkracht van de Ecuadoriaanse hoofdstad. Omdat Quito gekneld ligt tussen de bergen op een hoogte van 2.800 meter, is de stad voor haar voedselvoorziening grotendeels afhankelijk van de rest van het land. Met meer dan 3.600 stadstuinen, kan stadslandbouw de oplossing zijn om de stad op een duurzame manier te voeden, vooral bij crisissituaties. Zo bleken de stadstuinen recent nog van levensbelang bij de recente politieke onlusten. Veel wegen naar de stad waren geblokkeerd. Met het voedsel uit de stadstuinen konden inwoners de periode van schaarste overbruggen.

In Tanzania bleek uit recent onderzoek dat de bevolking in hoge mate wordt blootgesteld aan landbouwchemicaliën. Daarom werken het stadsbestuur van Arusha, de Tanzaniaanse vereniging van groentetelers, het onderzoeksinstituut voor bestrijdingsmiddelen, Rikolto en andere partners samen in het Voedselveiligheidscomité van Arusha. Dieter de Cleene vertelt hoe de partners een nieuw model ontwikkelen dat marktkramers aanmoedigt om veilig voedsel van nabijgelegen producenten te verkopen en tegelijkertijd eerlijke prijzen voor iedereen te garanderen.

Vegetable seller in Pasar Gede, a traditional market in Solo.

In Indonesië worden de autoriteiten geconfronteerd met een weinig fraaie paradox: tot 35% van de kinderen lijdt aan een tekort aan voedingsstoffen, terwijl het land de tweede producent van voedselafval per hoofd ter wereld is. Marieke van Schoonhoven deelt het verhaal van burgergroepen en maatschappelijke organisaties in Solo die een systeem opzetten om voedseloverschotten te herverdelen en te verwerken volgens de eeuwenoude Indonesische deel-traditie. Daarnaast introduceert ze ons tot het programma voor gezonde schoolkantines, een initiatief dat zich richt op het promoten van gezonde eetgewoonten bij kinderen.

In België neemt Dieter de Cleene ons mee op een rondleiding door Gent, de eerste stad ter wereld met een officiële veggiedag. Zes jaar geleden nam de stad een voedselbeleid aan om haar klimaatdoelstellingen te helpen verwezenlijken. Inmiddels is de uitvoering van dat plan goed gevorderd, zoals blijkt uit initiatieven als Foodsavers Gent. Zij richten zich op het verminderen van voedselverspilling door verdeling naar kansengroepen en Gentse scholen. Hij geeft ons ook een overzicht van het GoodFood@School-programma dat een duurzaam voedselbeleid ambieert voor alle scholen in Vlaanderen tegen 2021. In Leuven, beschrijft Marieke van Schoonhoven de geboorte van Kort’om Leuven, een nieuw distributieplatform dat duurzaam, lokaal voedsel verdeelt naar horecazaken en supermarkten in de stad.

9 steden, 4 conclusies

1. Denk in systemen. Creëer nieuwe verbindingen.

De uitdagingen in het voedselsysteem zijn complex en hebben vele gezichten. Veranderingen vloeien daarom voort uit dialoog en samenwerkingen tussen verschillende belanghebbenden: voedselproducenten, sectorfederaties, consumentenorganisaties, gemeentelijke diensten, stadsplanners, ondernemers, politici, regelgevende instanties, maatschappelijke organisaties,... Lokale overheden spelen een sleutelrol om de gunstige omgeving te scheppen en verschillende spelers aan tafel te brengen om in concrete experimenten de soms tegenstrijdige belangen te overstijgen.

2. Focus op nieuwe businessmodellen om duurzaamheid hard te maken.

We zijn er van overtuigd dat inclusieve businessmodellen een krachtig instrument zijn om zo’n systeembenadering in de praktijk te brengen. De case van El Consorcio Agrocomercial de Honduras toont dat op een heldere manier aan. Omdat boeren er meer zekerheid krijgen over prijzen en de hoeveelheden die ze moeten leveren, kunnen ze een rendabel bedrijf opbouwen. Tegelijk voelen ze zich aangemoedigd om hogere kwaliteitsstandaarden na te streven en een stabiele toevoer van groenten te verzekeren aan hun opkopers. Als de lusten en lasten evenwichtig gespreid zijn, overstijgen de voordelen de individuele betrokkenen.

3. Zet jongeren mee aan het stuur.

Het voedsel van de toekomst zal gegeten worden door de jongeren van vandaag. Om onze voedselsystemen toekomstklaar te maken, is het inzicht en de creativiteit van jongeren cruciaal om platgetreden paden te verlaten en nieuwe ideeën tot realiteit te maken. Als het maken van dit boek ons één les leert, is het wel dat die volgende generatie klaar staat. Jongeren van Indonesië tot Tanzania veranderen vandaag al de manier van zaken doen en hoe mensen omgaan met voeding.

4. Gebruik experimenten om beleidsdiscussies te voeden.

Het klopt dat vele initiatieven die in dit boek behandeld worden nog in een experimentele fase zitten. Toch inspireert de dynamiek van de resultaten vandaag al de discussies op hogere beleidsniveaus waar systeemverandering besproken wordt. Zo groeide stadslandbouw in Quito op korte tijd uit tot een belangrijke pijler om de stad veerkrachtiger te maken. Participatieve Garantie Systemen staan vandaag op de radar van de landbouwafdeling van Hanoi. Het Indonesische ministerie van Ontwikkeling kijkt nu naar steden als sleutelactoren om Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 2 waar te maken: geen honger.