Thuiswerk of tijdelijke werkloosheid zijn geen optie voor miljoenen mensen in het Zuiden

Thuiswerk of tijdelijke werkloosheid zijn geen optie voor miljoenen mensen in het Zuiden

22/06/2020
Jo Vermeersch
Jo Vermeersch
Communicatiemedewerker

Vanuit het World Food Program werd op 22 april een alarmerende boodschap de wereld ingestuurd. “Als de voedseldistributie door lockdowns, gesloten grenzen en protectionistische maatregelen verstoord blijft, verwacht het WFP dat er de komende maanden wereldwijd 300.000 mensen per dag kunnen sterven van de honger. Door de corona-crisis zal het aantal mensen in acute hongersnood verdubbelen van 135 naar 260 miljoen tegen het einde van 2020.”

Terwijl wij in het Noorden vooral, en in grote mate ook terecht, met onze eigen zorgen bezig zijn, is dit de ongemakkelijke waarheid waar internationale organisaties en overheden, NGO’s, onderzoekers en overheden in het Zuiden vandaag met de neus worden op gedrukt.

Helen, een moeder in Nairobi, verloor door de lockdown haar baan als naaister. De luxe dat haar baas haar blijft doorbetalen of om thuis te werken heeft ze niet. Geïnterviewd door reporters van het NOS-journaal zegt ze daarover het volgende: “Ik maak me elke avond weer zorgen hoe of waar ik de volgende dag het eten zal vinden voor mezelf en mijn kinderen. Ik zal eerder sterven van honger dan van corona. Thuisblijven onder de lockdown is voor mij geen optie.”

Het verhaal van Helen illustreert het dilemma waar miljoenen in het Zuiden vandaag de dag mee worden geconfronteerd. Voor deze mensen, die leven van dag tot dag, betekent niet werken dat er geen inkomen is, en dus geen brood op de plank. Bovendien staat er voor hen ook geen overheid klaar met een sociaal vangnet. Ze worden gedwongen om te kiezen tussen gezondheid of voedsel. Een keuze waar geen enkel mens op deze wereld zou mogen komen voor te staan.

Vanuit onze positie kijken wij verbaasd naar overheden in het Zuiden die in onze ogen laks omspringen met de corona-crisis. De kritiek hierop is zeker terecht, maar anderzijds is het ook zo dat in veel van deze landen de gevolgen van ingrijpende maatregelen zoals een lockdown, immens veel zwaardere gevolgen hebben dan in meer welvarende streken.

Neem nu Tanzania. Toen de eerste corona-patiënt in maart in Tanzania werd gespot (in België opgelopen nota bene) nam de overheid de moedige beslissing om corona-maatregelen af te wegen tegenover de impact op armoede, voedselveiligheid en zelfs sociale onrust. Vanuit Rikolto steunden we die benadering initieel omdat we merkten hoe strenge corona-regels tot veel grotere problemen leidden in de buurlanden (in Uganda en Kenya stierven waarschijnlijk al meer mensen door politiegeweld bij handhaven van de maatregelen dan van corona).

Bovendien was het zaak om het belangrijkste plantseizoen te redden en kwam voedselvoorziening in gevaar nu ook de globale handel leek stil te vallen. Daarom werd vanuit Rikolto in Oost Afrika beslist om het programma rond het telen en verspreiden van bonenzaden versneld uit te voeren.

Veel Afrikaanse landen hebben door ebola veel ervaring opgebouwd met het traceren en zeer goed opvolgen en isoleren van besmettingen, ook in Tanzania was dit een geruststellend feit in corona-tijden. Corona-zieken werden geïsoleerd en in een mum van tijd werden mensen met wie zij in contact kwamen opgespoord en getest. De curve steeg gezapig tot een 500-tal besmettingen begin mei.

Maar op 9 mei veranderde alles. Alle directieleden van het nationale labo dat corona-testen uitvoert werden de laan uitgestuurd en het Westen werd ervan beschuldigd corona te misbruiken om de Tanzaniaanse economie te verzwakken. Kritiek op deze aanpak wordt niet getolereerd. Recent verspreidde de minister van gezondheid voor het eerst in een maand weer cijfers: “Er werden maar 4 gevallen van corona meer vastgesteld, de ziekte is verdwenen en het normale leven moet nu zo snel mogelijk terug opgepikt worden …” was de boodschap.

Dit voorbeeld toont aan hoe overheden in landen met kwetsbare en vaak nog deels informeel georganiseerde economieën worstelen met deze crisis. En dat is niet zonder reden.

Na de coronapandemie, de voedsel- en hongerpandemie?

Ruerd Ruben, hoogleraar impactanalyse van voedselsystemen aan de Universiteit van Wageningen, waarschuwt in een interview met de NOS dat de combinatie van de al wijdverspreide armoede, de afhankelijkheid van geïmporteerd voedsel en de stijgende voedselprijzen een gevaarlijke cocktail vormen. "Er ontstaan problemen aan de vraag én aanbodzijde. Ik vrees voor de mensen in miljoenensteden als Nairobi, Lagos en Johannesburg. Hun koopkracht valt volledig weg."

Voor wie met voedselvoorziening bezig is, ligt de voedselcrisis van 2007-2008 en wat daarvan wereldwijd de gevolgen waren, nog vers in het geheugen. Maar dat alles lijkt nu ‘klein bier’ bij wat op ons afkomt in de nasleep van de corona-crisis, daar zijn alle specialisten het over eens. Maar naast de analyses is er vooral nood aan oplossingen, het werk maken van duurzame en veerkrachtige voedselsystemen is meer dan ooit een must.

Steun de #FoodHeroes van Tanzania

Steun de #FoodHeroes van Tanzania

Wereldwijd onderneemt Rikolto meer dan 70 concrete acties om een antwoord te bieden op de uitdagingen die het coronavirus voor het voedselsyteem stelt. Een selectie vind je via deze link. In tijden waarin ook alle fondsenwervende evenementen voor Rikolto geannuleerd werden, vragen we jullie steun. Help de #FoodHeroes in Tanzania om werk te maken van duurzame en veerkrachtige voedselsystemen.

Doe een gift