De revival van de Congolese koffie in Kivu en Ituri

De revival van de Congolese koffie in Kivu en Ituri

Koffieboeren bereiden zich voor om Arabica koffie van hoge kwaliteit te exporteren.
Ons plan was om op 4 jaar tijd 80 microwasstations te bouwen, maar na twee jaar was dat getal al overschreden. Nu zitten we al aan 170 wasstations die gebouwd of in aanbouw zijn.
Léopold Mumbere
Coördinator koffieprogramma Congo
Léopold Mumbere

Wereldwijd stijgt de vraag naar kwaliteitskoffie, maar de koffieproductie loopt gevaar. Een warmer klimaat, extreme weersomstandigheden en ziektes bedreigen de koele bergflanken die deze koffieplant zo broodnodig heeft om optimaal te bloeien.

De Arabica koffieproductie in D.R. Congo kampt met grote moeilijkheden die voortvloeien uit de wispelturige evolutie van de prijzen op de wereldmarkt. De koffieboeren zijn afhankelijk van tussenpersonen die hun koffie verkopen zonder van hun kant enige dienstverlening aan te bieden. Veel koffieboeren worden door deze tussenpersonen uitgebuit. Zij verlenen enkel kredieten tegen woekerrentes.

Bovendien moeten ze een te hoge exportbelasting betalen in vergelijking met de buurlanden en hebben ze te maken met de systematische medeplichtigheid van bepaalde ministeries bij de frauduleuse export van Congolese koffie. De hoeveelheid koffie die via officiële kanalen geëxporteerd wordt is gedaald tot 1/10de van de capaciteit. Daarbovenop heeft de Congolese koffie geen goede reputatie en de koffieproducenten van kwaliteitskoffie worden niet genoeg beloond omdat ze geen directe toegang hebben tot de internationale markt.

Ons programma ondersteunt koffieproducenten om coöperatieven uit de grond te stampen die in staat zijn kwaliteitskoffie te verwerken en aan te bieden aan opkopers van gourmetkoffie. De coöperatieven worden opgericht rond een aantal micro-wasstations, die elk door honderd leden uit de omgeving worden bediend. Elk micro-wassstation is een afdeling van de coöperatieve.

Uitdagingen

  • Sommige boeren produceren amper 250kg koffie per hectare, hoewel de opbrengst tot 2000kg zou kunnen oplopen. Een lage productiviteit betekent een bedreiging voor het voortbestaan van de koffieproductie.
  • De kwaliteit van de koffie is laag; slechte landbouwpraktijken voor en na de oogst, ondermijnen de kwaliteit van de koffieplanten.
  • Er is geen centrale verwerkingseenheid voor de koffiebonen, wat resulteert in koffiebonen van lage kwaliteit. Elke koffieboer verwerkt zijn koffie op zijn eigen boerderij, waardoor de koffiebonen geen uniforme kwaliteit hebben.
  • Het enige koffiebedrijf dat overblijft in Zuid-Kivu werkt onder zijn capaciteit door de onregelmatige toevoer van koffiebonen. Koffieboeren worden niet aangemoedigd om op regelmatige tijdstippen te verkopen omdat zij geen stabiele verkoopscontracten hebben voor de export.

Onze strategieën:

  • Rikolto wil de productiviteit verbeteren door nieuwe koffiestruiken te planten. De meest geschikte koffievariëteiten worden in plantkwekerijen gekweekt en verdeeld onder de boeren.
  • We introduceren Goede Landbouwpraktijken om de impact op het milieu te verminderen (bodem, water, pesticiden, etc).
  • De bemesting gebeurt met eigen compost die bestaat uit koffiepulp en andere ingrediënten
  • We richten “Farmer Field Schools” op om van boer tot boer kennis door te geven over hoe de productie kan verhoogd worden.
  • We richten micro-wasstations op in Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri die elk door een honderdtal koffieboeren beheerd worden. Zo kan de koffie op een centrale plaats gewassen worden en voorkomt men kwaliteitsverschillen. Op de kaart hierboven kan je alle wasstations terugvinden.

Begunstigden

Minstens 4800 koffieboeren over 4 coöperaties:

  • Kawa Kabuya
    Gelegen in het gebied rond Beni en Lubero, aan het Edouardmeer
  • Kawa Kanzururu
    Gelegen in Beni, Ruwenzori.
  • Kawa Maber
    Gelegen in de regio Mahagi en Djugu en Ituri, ten westen van het Albertmeer.
  • Kawa Kenja
    Gelegen op het eiland Idjwi, in het Kivumeer.

Budget

Voor een periode van 3 jaar: 1.813.906 euro

Bereikte resultaten

  • 4 coöperaties zijn opgericht en geregistreerd als onderneming: Kawa Maber (Ituri), Kawa Kanzururu (Rwenzori), Kawa Kabuya (Beni-Lubero), CPNCK (île d’Idjwi).

  • Elke boer die lid wordt van een coöperatie leverde een bijdrage van $50 in cash of in natura voor bouwmateriaal van nieuwe micro-wasstations en werkuren. Het programma hielp bij de levering van materiaal (ontpulper, gaas, schaduwnet, polytheen platen voor afdak, hygrometer, etc.)

  • Er zijn 108 operationele micro-wasstations (juni 2017 - nog niet allemaal op de kaart aangeduid), en tientallen andere in voorbereiding. Elke wasstation heeft 5 medewerkers. In totaal levert dit dus werk op voor 540 mensen in de regio. Daarnaast zijn er ook nog de 14 medewerkers van de 4 coöperatieven.

  • Er is gemakkelijke toegang tot nieuwe koffieplantjes om de oude koffiestruiken geleidelijkaan te vernieuwen. Het volume aan koffiebessen van de 4 coöperatieven is elk seizoen al verdubbeld.

  • De kwaliteit van de koffie is significant verbeterd, wat ervoor gezorgd heeft dat ook het inkomen van boeren verdubbeld, tot zelfs verdrievoudigd, is tijdens het voorbije anderhalf jaar. Zo kunnen ook kinderen uit armere gezinnen nu naar school, want ouders kunnen nu het schoolgeld betalen.

  • Ook voor vrouwen is er verbetering. Vroeger verwerkten ze hun koffie thuis (ontpulpen, wassen, drogen), maar nu kunnen ze hun bessen gewoon afleveren aan het wasstation, en worden ze meteen uitbetaald. Daarnaast hebben verschillende boeren een deel van hun boerderij afgestaan aan hun vrouw, waardoor ze nu zelf een inkomen kunnen genereren.

  • Vredeseilanden nam samen met de federatie van koffie-exporteurs actie tegen de te hoge belasting op koffie-export en de administratieve rompslomp. Ondertussen heeft de Congolese overheid een nieuwe wet ingevoerd die stelt dat overheidsinstellingen hun kosten om koffie te verschepen moeten laten zakken tot 0.25%. De uitdaging is hier om in alle 4 de overheidsinstellingen de wet om te zetten in de praktijk. Momenteel is de wet al in 1 instelling van kracht. Nog 3 te gaan…

Wat willen we bereiken?

Het verhogen van de gemiddelde productie van 0.5 ton/ha naar 1 ton/ha. Daarvoor moeten 9 miljoen nieuwe koffieplanten gekweekt en verdeeld worden.

  • Goede Landbouwpraktijken worden gemeengoed dankzij de “Farmer Field Schools”.
  • 80% van alle geproduceerde koffie zal van hoge kwaliteit zijn.
  • De marktomstandigheden zijn structureel verbeterd:
    • Tegen het einde van het project verkopen de coöperaties ieder jaar 20 containers koffie van topkwaliteit.
    • De coöperaties Kawa Kabuya, Kawa Kenja, Kawa Maber en Kawa Kanzururu groeien uit tot betrouwbare leveranciers van kwaliteitskoffie.
    • De koffiecoöperaties behalen de Bio- en/of FLO-certificatie
  • Er wordt een nieuwe coöperatie opgericht in Rutshuru.
  • De wasstations zijn rendabel. De coöperaties werken autonoom, zonder steun van Vredeseilanden.

Resultaten op lange termijn

  • Structurele veranderingen in het nationale beleid voor koffie.
  • Een herstructurering van de koffieketen op nationaal niveau via de “Nationale Confederatie van Landbouwers in Congo” (CONAPAC).