Goed eten voor steden

7 vragen over De Grote Voedselkaart: waarom gezond eten ook een kwestie van omgeving is

September 17, 2026
Jelle Goossens
Communicatiemedewerker | Woordvoerder

Een supermarkt op weg naar huis, een fastfoodzaak naast de school, een hoevewinkel waarvoor je moet omrijden: zulke alledaagse omstandigheden bepalen mee wat er op ons bord belandt (of niet). Voor De Grote Voedselkaart brachten 2.364 burgers vier maanden lang in kaart hoe zij hun voedselomgeving beleven. Ze beoordeelden duizenden winkels, restaurants en andere voedselpunten.

1. Wat is de belangrijkste conclusie van De Grote Voedselkaart?

Veel deelnemers willen gezonder eten, maar in de praktijk wegen bereikbaarheid, prijs, openingsuren en gemak vaak zwaarder door dan gezondheid of duurzaamheid.

Vooral praktische zaken bepalen waar mensen hun eten kopen. Is een winkel dichtbij? Ligt hij op weg naar huis? Kan ik er na het werk nog terecht? En wat kost het?

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in discussies over gezonde voeding leggen we de verantwoordelijkheid nog vaak bij het individu. Alsof iedereen gewoon wat betere keuzes moet maken. Dit onderzoek toont nog eens hoe hard onze omgeving die keuzes mee bepaalt.

Zo zag de app van De Grote Voedselkaart eruiti

2. Wat is een voedselomgeving precies?

Dat zijn alle omstandigheden die mee bepalen wat we eten. Welke winkels zijn er in je buurt? Wat ligt er in de rekken? Hoeveel kost het? Welke producten staan in het zicht of zijn in promotie? Maar ook reclame, openingsuren, mobiliteit en wat we van elkaar normaal vinden, spelen mee.

Die omgeving ziet er niet voor iedereen hetzelfde uit. In een stad kun je vaker te voet of met de fiets naar de winkel. Op het platteland heb je sneller een auto nodig. Wie weinig te besteden heeft, kiest misschien voor een goedkopere supermarkt wat verderop in plaats van voor de buurtwinkel om de hoek.

Voedselkeuzes zijn dus nooit alleen een kwestie van smaak of wilskracht.

Verdeling van de gebruikte vervoersmiddelen om voedselpunten te bereiken, uitgesplitst naar urbanisatiegraad. De figuur toont het percentage antwoorden per vervoerswijze, gebaseerd op alle voedselpuntevaluaties. Deelnemers konden meerdere vervoersmiddelen aanduiden.

3. Wat bepaalt waar mensen hun voeding kopen?

Bereikbaarheid staat duidelijk op één. Daarna volgen smaak, vriendelijk personeel, gemak onderweg en prijs.

De redenen verschillen wel van plek tot plek. Bij een supermarkt tellen vooral de afstand, de openingsuren en de prijs. Voor een restaurant zijn smaak en bereikbaarheid belangrijk. Fastfood trekt vooral omdat het gemakkelijk, dichtbij en lekker is.

Bij korte keteninitiatieven zien we iets anders. Daar noemen mensen milieu-impact en biologisch aanbod vaker als reden om er te kopen. Heel wat mensen willen meer hoevewinkels, boerenmarkten en afhaalpunten in hun buurt. In de groep van mensen korter geschoold zijn en aangeven financieel moeilijk rond te komen, leeft deze vraag nog iets sterker.

Toch kopen mensen er niet automatisch vaker. De prijs speelt mee, maar ook het gemak. Je moet soms langs verschillende producenten, de openingsuren zijn beperkt en de verplaatsing past niet altijd in een drukke dag.

Dummy image

Hoe werkte het onderzoek?

Tussen april en augustus 2025 konden alle Vlamingen vanaf 16 jaar meedoen via een app. Ze beoordeelden voedselpunten in hun buurt, beantwoordden dagelijkse vragen en kregen elke week een nieuwe opdracht.

In totaal registreerden 4.707 mensen zich. Daarvan leverden 2.364 deelnemers minstens één bijdrage. Samen waren ze goed voor 23.783 bijdragen en beoordelingen van 5.036 unieke voedselpunten. Van supermarkten en restaurants tot bakkers, fastfoodzaken en hoevewinkels.

De app kwam er ook niet zomaar. Jongeren en volwassenen met een lager inkomen brachten eerst met foto’s in beeld wat gezond eten in hun buurt makkelijker of moeilijker maakt. Lokale besturen, retailers en korte keteninitiatieven dachten mee na over het onderzoek. Rikolto begeleidde een deel van dat participatieve traject en bracht kennis in over duurzame voedselsystemen.

Lees het eindrapport (PDF)

4. Schatten burgers zelf goed in hoe gezond het aanbod is?

Vaak wel, maar niet altijd. Deelnemers schatten bijvoorbeeld ongezonde voedselpunten doorgaans wat gezonder in dan voedingsexperten. Bij de gezondste plekken gebeurt eerder het omgekeerde.

Duidelijke informatie en goede labeling blijven dus nuttig. Maar daarmee alleen komen we er niet. Een etiket verandert weinig als het gezonde alternatief te duur is of gewoon niet in het rek ligt. En een overdaad aan labels helpt ons ook niet vooruit.

5. Ervaart iedereen de voedselomgeving op dezelfde manier?

Nee. Deelnemers die financieel moeilijk rondkomen, zijn minder tevreden over de variatie en kwaliteit van het aanbod. Zij noemen bereikbaarheid minder vaak als bezoeksreden, wat er volgens de onderzoekers op kan wijzen dat andere overwegingen, zoals prijs, sterker doorwegen.

In landelijke gebieden liggen winkels gemiddeld verder weg en wordt de auto vaker gebruikt om inkopen te doen.

We moeten wel opletten met uitspraken over “de Vlaming”. Drie kwart van de deelnemers was hoogopgeleid en bijna drie kwart was vrouw. Bovendien zorgde een vrij kleine groep heel actieve gebruikers voor het grootste deel van de beoordelingen.

Het onderzoek vertelt ons dus veel over hoe een grote groep geëngageerde burgers haar voedselomgeving ervaart. Maar die groep is geen perfecte afspiegeling van Vlaanderen.

Daar zit meteen ook een les in voor een volgende editie. Een app is handig, maar bereikt niet automatisch iedereen. Als we mensen in een kwetsbare situatie echt willen betrekken, moeten we ook zorgen voor lokale begeleiding en manieren om zonder smartphone mee te doen.

6. Welke veranderingen kunnen op draagvlak rekenen?

Gewone burgers enerzijds en mensen met een professionel achtergrond in voeding en gezondheid anderzijds legden andere accenten om de voedselomgeving gezonder te maken. Toch zien we vier acties die bij beide groepen een hoge prioriteit krijgen:

  1. Meer gezond aanbod in de supermarkten, met meer gezonde kant-en-klare opties die ook zichtbaarder zijn.
  2. Praktische hulp om gezond en betaalbaar te koken, bijvoorbeeld met kookworkshops en recepten voor een beperkt budget.
  3. Voedselhubs op bereikbare plaatsen, waar lokale producenten hun aanbod kunnen bundelen.
  4. Minder reclame voor ongezonde voeding, via lokale regels voor de publieke ruimte en met bijzondere aandacht voor de omgeving van scholen.

Die combinatie is belangrijk. Ze bevat acties waar retailers, lokale besturen, producenten en de Vlaamse overheid aan moeten werken. De verantwoordelijkheid ligt niet bij één partij.

7. Wat moet er nu met de resultaten gebeuren?

De kaart is gemaakt. Er is veel waarmee we aan de slag kunnen.

  • Lokale besturen kunnen gezonde voedselpunten beter bereikbaar maken en reclame voor ongezonde voeding beperken in de publieke ruimte.  
  • Supermarkten kunnen hun assortiment, promoties en winkelinrichting aanpassen.
  • De Vlaamse overheid kan overheidsmiddelen voor voeding op school koppelen aan criteria rond gezondheid en duurzaamheid, richtlijnen opstellen voor cateraars en zulke criteria opnemen in openbare aanbestedingen.
  • Producenten kunnen samenwerken rond opslag, transport en verkooppunten.

Voor ons bij Rikolto stopt het werk niet bij een rapport. We willen samen met burgers, bedrijven en overheden uitproberen welke oplossingen in de praktijk werken.

Zo gaan we binnenkort in Leuven met een aantal scholen en supermarkten testen hoe de omgeving en rond de school de gezonde keuze makkelijker en aantrekkelijker maakt. We gaan ook op een aantal plaatsen aan de slag om met logistieke hubs het aanbod van lokale producenten efficiënter bij meer winkels, scholen en zorginstellingen te krijgen.

No items found.
No items found.
Dummy image

Volg onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een gratis recept voor goed eten.

Schrijf je in

Onze laatste artikels

Meer nieuws