Goed eten voor steden

Opinie: We moeten het businessmodel van de boer herdenken

April 22, 2026
Gert Engelen
Expert duurzame retail- en voedingssector | Business developer

We moeten het businessmodel van de boer herdenken en meer aantrekkelijke langetermijnperspectieven kunnen bieden, stelt Gert Engelen, expert duurzame retail en voedingssector bij Rikolto. Deze opinie verscheen in De Standaard op maandag 20 april 2026.

Boeren zijn ondernemers. En zoals elke ondernemer krijgen boeren te maken met risico’s. Heel veel risico’s zelfs. Soms als weloverwogen keuze, soms uit noodzaak, en soms overkomt het risico hen van bovenaf. Zo leidden wereldwijde succesvolle aardappeloogsten dit seizoen tot een stevig overaanbod en bodemprijzen  voor onze Vlaamse aardappelboeren. Dergelijke globale schokken zijn problematisch.

Landbouw is immers veel meer dan een louter economische sector. In een steeds minder stabiele wereld op economisch, geopolitiek én ecologisch vlak, is voedselvoorziening meer dan ooit een strategische prioriteit in Europa.

Bovendien verwachten we dat landbouwers bijkomend een centrale rol opnemen in heel wat maatschappelijke uitdagingen zoals biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit. We kunnen hen niet blijven vragen om alle economische risico’s alleen te dragen. We moeten het businessmodel van de boer herdenken en meer aantrekkelijke langetermijnperspectieven kunnen bieden. Welke jonge mensen zullen dit beroep anders nog willen doen? Vandaag hebben minder dan 15% van onze landbouwers een overnemer.

Een hertekend businessmodel voor boeren moet een evenwichtige spreiding omvatten van lusten en lasten, dus van risico’s en winsten.

Gert Engelen

Expert duurzame retail en voedingssector | Rikolto

Gedeelde visie, gedeelde smart

Het businessmodel van de boer hertekenen zal enkel lukken, als dat kan terugvallen op een verregaande langetermijnsamenwerking in de keten, en op een manier dat de landbouwer toch zijn autonomie behoudt. Cruciaal hierin is dat er een evenwichtige spreiding komt van lusten en lasten, dus van risico’s en winsten.

Dit soort samenwerking vereist een stevige dosis aan wederzijds vertrouwen. Die kan groeien door samen gedeelde doelstellingen te formuleren, door transparant informatie uit te wisselen over verwachte productie, consumptie en marktdynamieken, en door samen te innoveren. Op basis van wederzijds begrip en een gedeelde visie kunnen contracten meer dan vandaag diepgaande langetermijnrelaties vastleggen.

De investeringen van de meer kapitaalkrachtige ketenactoren verdienen zich terug via kwaliteitsgaranties en stabiele ketenrelaties, een steeds schaarser goed in een onvoorspelbare wereld.

Stadsregio’s als voedingsbodem

Zo’n inclusief businessmodel heeft nood aan zowel schaalgrootte als nabijheid. Lokale of regionale ketens hebben meer potentieel voor transparante en eerlijke samenwerkingen, maar ontberen niet zelden een levensvatbare afzetmarkt of opschalingsmogelijkheden.

Een stadsregio kan bijvoorbeeld via haar nabijheid een open dialoog en transparante afspraken faciliteren tussen alle ketenactoren, en een levensvatbare afzetmarkt bieden voor eerlijk verhandelde, duurzaam geteelde en gezonde voeding.

De overheid heeft ook haar rol te spelen. Via aanbestedingen kunnen lokale overheden criteria rond duurzaamheid en inclusieve businesspraktijken hanteren voor afzetmarkten als scholen, zorginstellingen enzovoort.

Het zal nog moeten blijken of zo’n stadsregio model kan werken, maar wat we over de taalgrens zien met de ‘ceintures alimentaires’ lijkt een stevig begin.

Ook voor akkerbouw?

Enkele weken geleden lazen we dat de akkerbouwers niet meer wisten wat in te zaaien. Niet enkel de aardappelen doen het slecht, maar ook de suikerbieten, het graan,... In veel contracten staat de mogelijkheid om de prijzen te herbekijken als er belangrijke wijzigingen zijn in de marktsituatie, zoals nu de prijzen van de meststoffen die toenemen.

In de praktijk is het voor individuele landbouwers moeilijk om zulke onderhandelingen hard te voeren. De handelaar of het voedingsbedrijf kan makkelijk andere boeren vinden, maar omgekeerd zijn er geen honderd handelaars of voedingsbedrijven waar die boer zijn producten aan kan verkopen.

De voedingsbedrijven zelf staan dan weer onder druk door de hyperconcurrentie tussen de supermarkten. Desondanks zijn er goeie voorbeelden van supermarkten die een evenwichtige samenwerking op lange termijn aangaan met hun leveranciers en boeren, en bijvoorbeeld zelfs hun prijzen aan de boeren bepalen op basis van een inschatting van de kosten die de boeren maken.

Het zijn bescheiden stappen richting een hertekend businessmodel achter ons eten. Een businessmodel dat boeren verdienen.

No items found.
No items found.
Dummy image

Volg onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een gratis recept voor goed eten.

Schrijf je in

Onze laatste artikels

Meer nieuws