“Een krachtige, dynamische chocolade, die begint met een intense cacaosmaak, gevolgd door geroosterde, aardse en tabaksachtige tonen en een mooie, zuivere bitterheid […] Eens je hem proeft, vergeet je hem nooit.”
Zo omschrijft chocoladebedrijf Veliche de cacao van de Congolese coöperatie CACAO OKAPI. Het is het soort review waar je als cacaoboer van droomt. Dat zo’n beschrijving vandaag gegeven wordt aan cacao uit het noordoosten van Congo, was enkele jaren geleden allesbehalve evident.
In de provincie Ituri, aan de rand van het Okapi-reservaat, verbouwen boeren al zo’n twintig jaar cacao. Maar die cacao vertaalde zich zelden in een stabiel inkomen. Boeren droogden hun bonen individueel, vaak op plastic zeilen op de grond. Daarna verkochten ze hun oogst aan lokale opkopers, meestal tegen lage prijzen.
Niet omdat hun cacao geen potentieel had, maar omdat kwaliteit zo niet te garanderen was. En zonder constante kwaliteit geraakt cacao nauwelijks op internationale markten. Een technisch probleem? Enkel aan de oppervlakte.
Er ontbrak infrastructuur, toegang tot financiering en technische begeleiding. Maar ook de manier waarop de cacaoketen georganiseerd was, hield verandering tegen.
Internationale kopers verwachten stabiele kwaliteit en leveringen. Banken willen zekerheid voor ze leningen verstrekken. Europese regelgeving vraagt steeds meer traceerbaarheid en garanties rond ontbossing.

Tegelijk hebben individuele boeren weinig onderhandelingsmacht en weinig middelen om aan al die verwachtingen te voldoen. Hogere inkomens voor boeren zijn noodzakelijk, maar hoe doe je dat zonder bijkomende druk op het regenwoud?
In 2019 bevestigden laboanalyses dat de regio zeer kwaliteitsvolle cacao kan produceren. Een groep jonge boeren zag het potentieel en wilde zich lanceren. Ze hadden gehoord over de resultaten die Rikolto behaalde met de koffietelers in de regio. Na grondige studie besloten we de oprichting van de coöperatie CACAO OKAPI te begeleiden.
De opstart was dezelfde als bij koffie: eerst investeren in kwaliteit en samenwerking, pas daarna opschalen richting export. Klinkt eenvoudig, maar in de praktijk betekent het heel wat:
Die collectieve aanpak deed zowel de productiviteit als de kwaliteit van de cacao stijgen: van 200 à 300 kg per hectare naar 500 tot zelfs 700 kg per hectare.
Waar boeren vroeger vooral individueel werkten, ontstond stilaan een gedeelde mindset. Niet snel verkopen aan de eerste opkoper, maar samenwerken aan een product dat meer waarde kan creëren voor iedereen in de keten.
Stap voor stap werkten we verder aan de ontbrekende puzzelstukken voor een succesvol verdienmodel. Chocoladebedrijven Silva Cacao, Zoto en Veliche namen als eerste het risico om in zee te gaan met de jonge coöperatie voor kleinere loten. Ze hielpen mee om de kwaliteitseisen van de markt scherp te krijgen en creëerden zo toegang tot internationale afnemers.
.jpeg)
Financiële instellingen zoals SMICO en Agri-Est maakten handelsfinanciering mogelijk, zodat de coöperatie de cacao kon verzamelen, verwerken en exporteren zonder onmiddellijk afhankelijk te zijn van lokale opkopers.
Boeren die investeren in kwaliteit, bedrijven die stabiele afzet voorzien, financiële spelers die risico’s helpen dragen en de coöperatie die alles lokaal organiseert: dankzij die combinatie kon CACAO OKAPI groeien naar 450 leden en in 2020 voor het eerst een groot exportcontract afsluiten met TROPICOR.
Dat bleef niet onopgemerkt. In 2023 won de coöperatie een bronzen medaille op de International Cocoa of Excellence competition. Daardoor kreeg hun naam extra weerklank in de business. Nieuwe kopers tonen interesse, de exportvolumes stijgen: tussen 2020 en februari 2026 commercialiseerde de coöperatie ongeveer 277 ton cacao.
Voor coöperatielid en agronoom Nicaise Ngumbi vertaalt dat zich ook financieel: “Sinds ik lid ben van de coöperatie verdien ik meer dan 1.000 dollar per jaar met cacao. Vroeger, toen we nog buiten het coöperatiesysteem om verkochten, verdiende ik minder dan 750 dollar.”

Het lijkt misschien beperkt, maar in een regio waar veel gezinnen van landbouw leven, bepaalt het of kinderen naar school kunnen, of er geïnvesteerd wordt, en of gezinnen dat beetje financiële zekerheid opbouwen.
Maar zelfs met al die erkenning blijft de realiteit complex. Door de veiligheidsproblemen en de politieke instabiliteit hebben sommige leden van de coöperatie hun cacaoplantages en huizen moeten achterlaten. Daarenboven blijft de wereldmarkt voor cacao erg volatiel.
Toen de prijzen in 2024 sterk stegen, konden boeren investeren in hun plantages. Toen de prijzen in 2025 opnieuw daalden, werd duidelijk hoe kwetsbaar afhankelijkheid van één gewas blijft. Daarom stimuleert de coöperatie vandaag ook diversificatie met robustakoffie en oliepalm.

De verandering blijft niet beperkt tot één coöperatie. In 2025 bracht Rikolto boeren van CACAO OKAPI samen met producenten van CACAO TSHOPO, een andere Congolese coöperatie. Ze bezochten elkaars fermentatie- en droogcentra, wisselden ervaringen uit en bespraken de uitdagingen van hun organisaties. Dat soort uitwisseling lijkt onooglijk, maar het brengt veel teweeg. Verandering groeit niet via een masterplan, maar via mensen die elkaar vertrouwen en inspireren.
Nu deze aanpak zich verder verspreidt en aangepast wordt aan andere regio’s in Congo, kan ze mee veranderen hoe Congolese cacao zijn weg vindt naar de internationale markt. Niet langer als een anonieme bulkgrondstof, maar als kwaliteitsproduct waarvoor boeren eerlijker betaald worden dankzij langdurigere relaties tussen boeren en afnemers.

Dit artikel is een bewerking van een artikel dat geschreven werd door Yvonne Kapinga (Rikolto), Charles Sivirihauma (Rikolto), Jonas Kambalume (CACAO OKAPI), Léopold Mumbere (Rikolto) en Heleen Verlinden (Rikolto).
Met dank aan de steun van UNDP, USAID, Beyond Chocolate, Enabel, BAHARI, de Europese Unie, Mercy Corps, DAI, IDH, Stichting Vivace, Alimento en alle supporters van Rikolto.
