"Mooie tomaten, zowel vanbinnen als vanbuiten"

"Mooie tomaten, zowel vanbinnen als vanbuiten"

16/06/2021
Selene Casanova
Selene Casanova
Communications | Latin America & International

Toen we Abraham vroegen waarom hij duurzame landbouwmethodes zo belangrijk vindt, was zijn antwoord dat zowel de binnenkant als de buitenkant van zijn tomaten mooi hoort te zijn. Op dat moment verkocht hij sla, tomaten en komkommers op zijn standje in de kleurrijke markt van Tegucigalpa, Honduras.

Rikolto kan zich helemaal vinden in het belang van innerlijke schoonheid. Maar wat betekent dat, tomaten die mooi zijn aan de binnenkant?

We moeten alvast niet kijken naar de vorm. Volgens de UN is Latijns-Amerika verantwoordelijk voor 20% van het globale voedselverlies. Dit verlies gebeurt in alle schakels van de voedselketen, vanaf de oogst tot de verkoop. De grote boosdoener is het uiterlijk van fruit en groenten: esthetische foutjes worden meteen afgekeurd.

Dit kan natuurlijk beter. Daarom zetten we een samenwerking op tussen exportbedrijven, toeleveringsbedrijven en kleine landbouwers met als doel het verhogen van de productiviteit en het concurrentievermogen van 1,700 groenteboeren in Guatemala, Honduras en Nicaragua. De focus ligt op het verhogen van de kwaliteit van de groenten door in te zetten op kwalitatieve landbouwtechnieken. Dit leidt niet alleen tot smaakvollere groenten, maar ook tot minder voedselverlies!

De samenwerking kwam tot stand dankzij een kennis management programma van Rikolto voor de groentesector in 2017. We werken hiervoor samen met 23 landbouworganisaties uit wel 3 landen. Tomabel, REO-Veiling, ARDO, De Lochting, INAGRO en de Provincie West-Vlaanderen steunden ons op financieel en technisch vlak.

Kennis toepassen in drie verschillende landen

Alvorens deze samenwerking tot stand te brengen, organiseerde Rikolto een succesvolle uitwisseling tussen groentecoöperatieven in Nicaragua en landbouwers in België.

De Nicaraguaanse coöperatieven beschouwden elkaar als concurrenten voor deze uitwisseling plaatsvond. Daar kwam snel verandering in toen Belgische landbouwers en het onderzoekscentrum INAGRO aantoonden hoe samenwerking op vlak van productieverzameling, verkoop en innovatie kan leiden tot een verhoging in productiviteit en duurzaamheid. Bovendien heb je een grotere invloed naar de groothandel in België en Europa. De Nicaraguaanse coöperaties waren op slag overtuigd.

Landbouwers begrijpen elkaar

Henk Vandevelde van tomaten coöperatieve Tomabel, Johan Pattyn van REO-Veiling en Peter Bleyaert van het onderzoekscentrum INAGO deden mee aan een praktische uitwisseling met de landbouwers van de Nicaraguaanse groentecoöperatieve Ecovegetales.

Ontdek meer over deze uitwisseling (Engels)

Guillermo Gutierrez van Rikolto wil commerciële tactieken versterken en nieuwe productietechnieken van groentelandbouwers in Centraal-Amerika testen door middel van twee nieuwe strategieën:

  • Ervoor zorgen dat landbouwers in Centraal-Amerika kennis delen
  • Organisaties verbinden met andere stakeholders in de groentesector, zodat er wordt samengewerkt om te leren en te innoveren

We zijn met hetzelfde bezig, waarom niet samenwerken?

Het klinkt misschien simpel om samenwerking tot stand te brengen tussen producenten aangezien ze in dezelfde sector werken. Dat is echter niet zo. We vermeldden al dat ze elkaar als concurrentie zien, maar er spelen ook nog andere factoren. Om vertrouwen te stimuleren tussen adviseurs, producenten en de managers van de coöperaties, biedt Rikolto ruimte om informatie te delen - binnen en tussen verschillende landen.

We wilden nog meer spelers uit de groentesector betrekken om kennis te delen en innovatie teweeg te brengen, zoals de bedrijven Fairfruit, Rijk Zwaan, Protecciones Agrícolas, RONAIX, ONGDs en universiteiten. Deze actoren stelden personeel en financiering ter beschikking om kennisuitwisselingsevents te organiseren en meer innovaties en technologieën uit te proberen.

De academische sector, de private sector, producenten en internationale organisaties zitten niet vaak samen. Conferenties zijn we gewoon bij wetenschappers, maar niet tussen producenten en exportbedrijven, wat de impact van dit project zeer positief maakt. Deze aanpak zal vanaf nu zeker gebruikt worden om gelijkaardige oefeningen te organiseren.

Rolando Cifuentes Directeur van het Centrum van Landbouw en Voedingstudies van de Universidad del Valle, Guatemala

Samenwerking met universiteiten

In het kader van het project werden er 22 Farmer Field Schools georganiseerd. Dat zijn trainingen die in het veld gegeven worden en waar boeren van elkaar en van experts kunnen leren. Deze kwamen tot stand dankzij de samenwerking met twee universiteiten: de Universidad del Valle de Guatemala (UVG) en El Zamorano in Honduras. Tijdens deze trainingen kregen technische adviseurs en producenten van coöperaties uit de drie landen naast nieuwe kennis, ook de nodige tools en methodologieën aangeleerd om die trainingen zelf ook te herhalen in hun eigen land, voor andere leden van hun organisatie.

Innovaties implementeren is duur en het resultaat onzeker. Daarom is de steun en de cofinanciering van private bedrijven en andere instituten heel nuttig.

Bedrijven en andere instituten zijn bereid om met elkaar samen te werken, zeker wanneer het aankomt op technologische innovatie. Wat mist is echter een ruimte waar verschillende actoren samenkomen. Dat is precies wat dit project aanbiedt.

“Het project toont aan hoe belangrijk het is dat private bedrijven zich samen met producenten inzetten voor technologische ontwikkelingen. We werken op een technisch niveau samen met de boeren, maar er moeten andere manieren ontstaan om kennis door te geven aan diegenen die ons voedsel produceren,” zegt José Maldonado van Fair Fruit/ADISAGUA. Hij gelooft dat universiteiten en private bedrijven deze processen moeten ondersteunen om duurzaamheid op de kaart te zetten. Fair Fruit organiseerde met UVG twee Farmer Field Schools zodat technici hun kennis kunnen toepassen en doorgeven.

Door samen te werken met academische instellingen, is het makkelijker om ons programma in de praktijk te brengen, om toegang tot labo’s te verkrijgen en om trainers de nieuwste kennis mee te geven. Hier werd tot nu toe niet genoeg gebruik van gemaakt in Centraal-Amerika.

José Maldonado Fair Fruit/ADISAGUA

De leeruitwisselingen van het project zorgden voor een vertrouwensrelatie tussen de verschillende coöperaties. In zowel Guatemala als Honduras zijn er al allianties van coöperaties: zij werken samen om hun groenten op de markt te brengen. Zo hebben ze een sterkere onderhandelingspositie met opkopers en slagen ze er ook in om beter aan de vraag van die opkopers te voldoen.

Deze samenwerkingen inspireerden ook de Nicaraguaanse coöperaties die deelnamen aan het project. “Als resultaat werken we nu commercieel samen met de coöperaties die meededen. Deze samenwerking heet UCHON en heeft tot doel het verhogen van de productie om nieuwe markten te bereiken. Met UCHON willen we nieuwe niches vinden,” zegt Jaime Rivera van de Coosempoda coöperatieve in Nicaragua.

Ook klimaatverandering werd op de agenda gezet door het project. Jaime benadrukt dat de samenwerking met bedrijven en universiteiten het makkelijker maakte om innovatieve productiemodellen te testen en verbeteren. Zo’n modellen gaan onder andere over serrelandbouw en de integratie van biologische productieprocessen, zodat minder chemische producten worden gebruikt op gewassen.

Hydrocultuur: van 3 tot 22 piloten

Innovatie was een prioriteit van het project. Dat kwam vooral tot uiting in het toepassen van hydrocultuur, waarbij planten in water worden gekweekt zonder het gebruik van aarde.

In Honduras begon het Consorcio Agrocomercial de Honduras (600 landbouwers) met Rikolto aan de productie van sla door middel van hydrocultuur, mede dankzij de cofinanciering van het Luxemburgse Appui au Développement. Dit proces onderzocht welke technieken en welke gewassen het best passen in het klimaat van Honduras.

Dankzij deze resultaten konden we een aanvraag doen bij het EUROSAN Innova fonds van de Europese Unie. Nu worden 22 beschermde serres ontwikkeld met hydrocultuurtechnologie. De testgroenten zijn komkommer, sla en natuurlijk die mooie tomaten waar Abraham het over had.

Het project in cijfers...

  • 22 Farmer Field Schools, waarbij we meestal ook nieuwe technologieën testten, gesteund door universiteiten en private bedrijven.
  • Meer dan 30 training events die de kennis en vaardigheden van meer dan 800 producenten, managers en technische adviseurs ondersteunen.
  • 7 technische gidsen met effectieve methoden voor verschillende gewassen, over beschermde landbouw, geïntegreerde gewasbescherming, hydrocultuur, enzovoort. Deze gidsen zijn geschreven door landbouworganisaties en partners zoals universiteiten en de private sector.
  • 3 uitwisselingen vonden plaats: in Guatemala (2017), in Honduras (2018) en in West-Vlaanderen in België (2018).
  • 2 regionale events werden georganiseerd: in Honduras ging het over “Hydrocultuur systemen voor kleinschalige groenteproductie” (2019), en in Nicaragua was er een Tuinbouw Forum over de “overstap naar een duurzame tuinbouw” (2019). Beiden werden gesteund en gefinancierd door bedrijven, universiteiten en andere NGO’s.

Dankwoord

Dit initiatief werd mede mogelijk gemaakt door steun van de provincie West-Vlaanderen en de bedrijven en instellingenTomabel, REO-Veiling, ARDO, De Lochting en INAGRO. Het project zit nu in een nieuwe fase, die verder bouwt op de beschreven lessen. Ook deze nieuwe fase wordt mogelijk gemaakt dankzij de provincie West-Vlaanderen en de inzet van INAGRO.

Wil je meer weten over dit project? Contacteer gerust onze collega:

Guillermo Gutierrez
Guillermo Gutierrez
Coordinador de proyecto | Nicaragua