Goed eten voor steden

Meten is weten én leren

November 16, 2020
Jelle Goossens
Communicatiemedewerker | Woordvoerder

“En? Werkt het?” Dat is finaal de vraag waarop we het antwoord willen kennen in onze ketenprojecten. Leveren al die inspanningen om inclusief zaken te doen het verhoopte resultaat op? En hoe meet je dat? Evidente vragen, waar het antwoord zich niet altijd even evident voor laat vinden.

Wat je niet meet, kun je niet beheren of bijsturen. Daarom is het bij inclusief zakendoen van belang om geschikte indicatoren vast te leggen en meetinstrumenten toe te passen die de performantie van de handelsrelatie in kaart brengen.

De ketenprojecten gaan over meer dan de zakelijke opbrengst. De impact situeert zich ook op het niveau van de betrokken organisaties. Welke nieuwe kennis wordt gegenereerd? En verandert die kennis ook de dagelijkse praktijk van die organisaties, waardoor echte verandering in het voedselsysteem binnen bereik komt? Dat zijn de vragen die we hier onder de loep nemen.

Impact op ketenniveau

De uiteindelijk impact van een ketenproject wordt in belangrijke mate al in de beginfase bepaald. “We kiezen voor producten die voor ons als retailer een voldoende groot volume genereren, en een significant aandeel hebben in het inkomen van de producenten”, zegt Mieke Vercaeren van Colruyt Group.

“Tegelijk willen we vermijden dat een boerenorganisatie te afhankelijk wordt van één koper”, vult Joris Aertsens van Rikolto aan. “We beogen dat maximum 20 à 30% van de productie verkocht wordt aan Colruyt Group.”

Niet alleen willen we vermijden dat een ketenproject de kwetsbaarheid van producenten zou vergroten in plaats van te verkleinen, we willen ook negatieve effecten op het milieu vermijden. “Een instrument dat we daarvoor ontwikkelden, is een template voor pre-studie”, zegt Philippe Toussaint van Colruyt Group. “Daarmee worden een aantal mogelijke ecologische pijnpunten gescand: bodem, water, natuurlijke hulpbronnen, klimaatimpact, biodiversiteit en landschap. Rikolto ontwikkelde hiervoor een specifieke detectielijst voor rijst, koffie en cacao, gebaseerd op de methodologie van het Sustainable Rice Platform (SRP)”

Monitoring

Aan de oppervlakte staat de monitoring in het teken van het goed functioneren van de keten. We volgen of de productie volgens plan gaat, hoeveel boeren betrokken zijn, of de vooropgestelde veranderingen bij de boeren on track zitten en hoe de verkoop in de winkel loopt.

“Om de vooruitgang van boerenorganisaties op een gestandaardiseerde wijze in kaart te brengen, gebruiken we sinds enkele jaren de SCOPE Insight-tool”, zegt Joris Aertsens. Rikolto hielp bij het uitwerken van deze tool, die de ambitie heeft om over verschillende contexten heen te kunnen bepalen in welk stadium een boerenorganisatie zich bevindt: Is ze klaar om formele markten te betreden? Om certificatie aan te vragen? Is de organisatie “bankable” en dus klaar om een lening aan te gaan?

Bij enkele ketenprojecten werden nog gerichte KPI’s gespecifieerd, verbonden met de specifieke doelstellingen van het project. Bij de chocolade uit Nicaragua zijn er indicatoren die de inclusie van jongeren meten (bijvoorbeeld hoeveel van de aangekochte cacao van de plantages van jonge boeren komt) en indicatoren voor het toepassen van klimaatvriendelijke landbouwtechnieken.

Om de inclusie van kleine producenten meetbaar te maken, ontwikkelde Rikolto enkele jaren geleden de Inclusive Business Scan. Op basis van een groot aantal verzamelde micro-ervaringen bij boeren, kan zo nagegaan worden in welke mate ze zich mede-eigenaar voelen van de keten. “In de ketenprojecten hebben we die evaluatiemethode nog niet in detail toegepast,” zegt Joris Aertens, “maar je kan wel zeggen dat we de kern hebben toegepast door in evaluatievergaderingen met de partners vanuit concrete ervaringen te analyseren in welke mate ze medezeggenschap ervaren en hoe dat verbeterd kan worden. ”

Eén van de uitdagingen om de impact op ketenniveau te verhogen, is het verhogen van de verkochte volumes. “Voor chocolade uit Nicaragua zitten we bijvoorbeeld nog onder onze ambitie”, zegt Karen Janssens van Colruyt Group. “In 2017 kochten we 12 ton cacao aan, in 2019 was dat 16 ton. Het evolueert dus positief, al blijft het een uitdaging de verkoop in de winkels op peil te houden. Het meest in het oog springende, is de quinoa uit Peru, waar we in 2020 het volume konden vervijfvoudigen.”

Wat leerden we als organisatie?

Naast de resultaten op het niveau van de productketen, moeten we ook kijken naar de impact die de ketenprojecten hebben op de betrokken organisaties. Daar ligt namelijk de ‘hogere’ reden van hun bestaan. In ons eerste artikel schetsten we hoe Rikolto wil leren hoe je kwetsbare boeren kan verbinden met moderne markten. Colruyt Group ziet de ketenprojecten als een speerpunt om de eigen merken te verduurzamen en als hefboom om problemen als armoede, kinderarbeid en milieuproblemen structureel aan te pakken. Vandaag staan ketenprojecten als een volwaardig instrument naast certificatiesystemen, lastenboeken en de berekeningen van de ecologische voetafdruk.

De impact van de samenwerking moet daarom zeker ook gezocht worden bij de nieuwe kennis die bij de betrokken organisaties werd opgebouwd. Die is er ontegensprekelijk. “Waar het in 2005 nog heel nieuw was voor Rikolto om rechtstreeks met een bedrijf samen te werken, is dat nu een evidentie in elk project, voor al onze collega’s wereldwijd”, vertelt Joris Aertsens. “Of het nu in België, Vietnam, Nicaragua of Tanzania is, overal hebben we nu diepgaande samenwerkingen lopen met retailers en verwerkende bedrijven. Het pionierswerk met Colruyt Group was het zaadje waaruit die competentie gegroeid is.”

Waar het in 2005 nog heel nieuw was voor Rikolto om rechtstreeks met een bedrijf samen te werken, is dat nu een evidentie in elk project, voor al onze collega’s wereldwijd

Joris AertsensRikolto

Hetzelfde gaat op voor Colruyt Group. De capaciteit om nauwe samenwerkingen op lange termijn op te zetten met ketenpartners, leidde tot tal van nieuwe initiatieven, ook in België. “Denk aan de samenwerking met Belgische appeltelers rond de introductie van een nieuwe variëteit,” zegt Mieke Vercaeren, “of de samenwerking met melkveehouders, rundveehouders of aardappeltelers voor transparantere ketens met alternatieve prijsmechanismes.” Ook andere retailers gaan nu rechtstreekse samenwerkingen aan met boerencoöperaties. “Kijk maar naar wat Lidl doet voor zijn Way to Go chocoladetablet in samenwerking met Rikolto en boeren in Ghana”, voegt Joris Aertsens toe.

Kennis laten doorstromen

De opbouw van deze kennis gebeurde zowel op formele als informele wijze. “In eerste instantie leerden we door het gewoon te doen en gaandeweg te leren”, zegt Karen Janssens van Colruyt Group. “Stap voor stap hebben we die lessen in processen, prestudies en evaluatiesystemen gegoten. In de toekomst kunnen we nog een structureler reflectiemechanisme inbouwen om bewuster om te gaan met die kennisopbouw.”

Verder kan de impact van de ketenprojecten vergroten door de ervaringen breder te laten doorstromen binnen de groep. “Nu zit de kennis in de eerste plaats bij het team duurzame sourcing en bij enkele aankopers die betrokken waren”, zegt Philippe Toussaint. “Maar er zijn nog veel andere aankopers die met ideeën zitten en potentieel hebben om een keten uit te werken.”

“Het is nu onze ambitie om structurele acties op te zetten om al onze aankopers hierin te betrekken”, zegt Mieke Vecaeren. “Als we de nieuwe kennis van de ketenprojecten kunnen combineren met de knowhow van al onze aankopers, staan we nog maar aan het begin van wat mogelijk is. Deze reflectie- en documentatie-oefening is een stap om die ambitie waar te maken.”

Samengevat: 9 lessen die de partners trokken uit de ketenprojecten

1. Het project moet meerwaarde hebben voor elke ketenpartner.
Die hoeft niet voor iedere partner dezelfde te zijn. Voor de ene zit de meerwaarde in het proces, voor de andere in een zekerder afzetkanaal. Maar zonder heldere ‘win’ is er geen motivatie om op moeilijke momenten door te zetten.

2. Eigenaarschap en leiderschap moet op alle niveaus van de keten terug te vinden zijn.
Van de retailer tot de boerenorganisatie: je hebt mensen nodig die autoriteit hebben binnen hun organisatie en hun nek uit steken. Vermijd dat de hele onderneming slechts van 1 of 2 mensen afhangt, want dat maakt het project kwetsbaar.

3. Coördinatie en uitwisseling zijn cruciaal.
Coördinatie en uitwisseling bepalen in belangrijke mate de dynamiek van het project. De coördinatie in de keten ligt het best bij de retailer. De coördinatie over de activiteiten op het niveau van de productie, ligt best bij de partij die de boerenorganisatie ondersteunt (Rikolto, Solid, Enabel,…)

4. De producentenorganisatie moet sterk genoeg staan voor export.
Dit vergt nauwgezette coaching. Pas ook op voor een te rooskleurige voorstelling van de stand van zaken aan de kant van de producenten. De drive om een nieuw verkoopskanaal aan te snijden, leidt soms tot te veel optimisme.

5. Zorg voor gedeeld begrip over de positionering en de meerwaarde van het product.
Boeren moeten begrijpen hoe hun product naar de klant wordt gebracht en dat er een markt moet zijn. Aankopers bij de retailer moeten zich bewust zijn van de omstandigheden waarin boeren werken en met welke zorgen ze kampen.

6. Bouw voortdurend aan een sfeer van vertrouwen en openheid.
Persoonlijke contacten zijn de motor voor vertrouwen. Een fysiek kick-off-moment versnelt dit proces aanzienlijk. Naast de vele informele contacten om operationele zaken te regelen, leg je best op voorhand ook een aantal formele meetings per jaar vast, om de grote lijnen te evalueren.

7. Begin met een heldere business case.
Een grondige prestudie die op een systematische wijze sterktes en pijnpunten in kaart brengt, vermijdt dat je louter vanuit overtuiging aan een wankele onderneming begint. Er moet een "business-case” zijn voor alle partners.

8. Leer werken met externe financiering om innovatie te financieren.
Heel wat “pre-competitieve” investeringen laten zich niet vanuit de markt financieren. Gelukkig zijn er financiers – zoals IDH en de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, Enabel – die hier kunnen bijspringen. Ook fondsen die een link hebben met één van de ketenpartners, zoals Collibri Foundation bij Colruyt Group, kunnen deze rol spelen.

9. Werk stap voor stap naar opschaling.
We leerden van keten tot keten, want er is geen kant-en-klaarrecept. Leer met beperkte volumes. Eens die vlot draaien en het vertrouwen goed zit, kan het snel gaan. Bij het ketenproject rond de quinoa uit Peru vervijfvoudigde het volume na 2 jaar.

Lees de andere artikels in deze reeks
No items found.
No items found.

Download de publicatie: Lessen uit 15 jaar pionieren

Voor de eigen medewerkers maakte Colruyt Group op basis van deze reeks webartikelen een mooie publicatie met de geleerde lessen. Je kan ze online doorbladeren via Issuu: Nederlands - Frans - Engels. Of download hieronder als PDF.

Download de pdf

Enkele resultaten in cijfers

Chocolade uit Nicaragua:

  • La Campesina heeft 255 leden, 117 leden leveren in deze keten voor Colruyt Group.
  • Hiervan zijn er 61 jonge boeren. Hun aandeel neemt sterk toe. Van de 61 zijn er 50 recent in een proces gestapt om lid te worden. Dit zorgt voor een toename van het aantal jonge boeren in de coöperatie van 5% in 2017 tot 24% in 2020.
  • Het volume steeg van 12 ton in 2017 tot 16 ton cacao in 2019
  • Waar in 2017 de helft van de cacao van plantages van jonge boeren kwam, was dit in 2020 nagenoeg 100%.

Quinoa uit Peru:

  • Sterke opschaling: van 20 ton tricolore quinoa in 2018 naar 100 ton quinoa (inclusief 80 ton witte quinoa) in 2020.
  • Meer dan 300 boeren zijn indirect betrokken (mede begunstigden van de investering via de premie, beheerd door Solid) en 30 boeren zijn direct betrokken in dit ketenproject.

Koffie uit DR Congo:

  • 13 containers (132 ton) in 2018 (niet al deze export is voor Colruyt Group bestemd)
  • Colruyt Group koopt ongeveer 30 ton op jaarbasis
  • Bio-certificatie en C.A.F.E. Practices-certificatie via Starbucks
  • Kawa Kabuya telt 2.498 leden en er zijn ongeveer 230 boeren rechtstreeks betrokken bij het ketenproject

Chocolade uit Ivoorkust (opstartende keten):

  • 102 boerenfamilies leveren de cacao voor de referentie Boni 72% puur en krijgen daarvoor een living income.
  • Bedoeling is om daarna op te schalen naar het volledige gamma.

Volg onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een een gratis recept voor goed eten.

Schrijf je in

Onze laatste artikels

Meer nieuws