Colruyt Group en Rikolto: wat leerden we uit 15 jaar samenwerken?

Colruyt Group en Rikolto: wat leerden we uit 15 jaar samenwerken?

04/09/2020
Jelle Goossens
Jelle Goossens
Communications officer
0485/08.29.60 | 016/74.50.33

15 jaar geleden is het ondertussen dat Colruyt Group en Rikolto (toen nog Vredeseilanden) besloten om samen te gaan werken. Om samen te leren hoe je toeleveringsketens achter producten daadwerkelijk eerlijker, transparanter en milieuvriendelijker maakt. De komende weken kijken we terug op de geschiedenis van wat – zeker toen – begon als een ongewone samenwerking.

Nadat er voorzichting samengewerkt was in een project in Flores in Indonesië en in Benin (2004- 2006), trok toenmalig directeur Jan Aertsen van Vredeseilanden (nu Rikolto) begin 2008 naar de directiekamer van Colruyt Group. Hij deed er een bekentenis: we zitten vast. Al vele jaren wroette Vredeseilanden in ontwikkelingslanden om boeren op te leiden en hen te organiseren in boerenorganisaties om samen naar de markt te gaan.

Maar de wereld globaliseert in sneltreinvaart, met de voedselmarkten op kop. Voor kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden is de toegang tot een steeds veeleisendere markt op vlak van kwaliteits- en hygiënenormen een verre droom. Op hun eigen markt moeten ze het afleggen tegen geïmporteerde producten die meestal goedkoper en/of van hogere kwaliteit zijn. “Hoe schakelen we een niveau hoger?”, was de vraag waar Rikolto mee worstelde. “Hoe zorgen we dat kwetsbare boerenfamilies toegang krijgen tot veeleisende markten aan goede voorwaarden?”

Zelftwijfel

Vragen waar binnen de ontwikkelingssamenwerking niemand een antwoord op had. Maar als er iemand is die de eisen van de markt kent en weet hoe je een product bij de klant brengt, is het wel een retailer. De eerlijke zelftwijfel van Rikolto viel op vruchtbare grond in de directiekamer van Colruyt Group, want ook zij stonden voor taaie vraagstukken in hun toeleveringsketens. Vragen waar ze als retailer alleen geen antwoord op vonden.

Bij Colruyt Groep zit duurzaam ondernemen van oudsher in het DNA. Colruyt Group begon in 2000 al aan social auditing te doen voor speelgoed, nadat bleek dat er veel kinderarbeid plaatsvond in de productie. Maar kinderarbeid écht bestrijden, bleek complexer dan een simpel verbod instellen. De structurele oorzaken wegnemen, vergt een langetermijnvisie om leefomstandigheden en sociale kansen in de productielanden te verbeteren.

Elk product dat in onze rekken ligt, is een kans om positieve impact te hebben op iedereen die in keten betrokken is.

Mieke Vercaeren Head unit sustainable products, Colruyt Group

Waar ligt de grootste hefboom?

Collibri Foundation gaf zo een ervaring voor het leven aan honderden jongeren. Maar dé grootste hefboom bleef op dat moment nog grotendeels onaangeroerd: de core business van Colruyt Group. “Elk product dat in onze rekken ligt, is een kans om positieve impact te hebben op iedereen die in keten betrokken is”, vertelt Mieke Vercaeren van Colruyt Group. “Door transparantie te scheppen in je toeleveringsketens en rechtstreeks op langere termijn te gaan samenwerken met producenten, kan je structurele antwoorden geven op kinderarbeid, armoede, ontbossing, milieuverontreiniging, enz.” vult Jan Wyckaert van Rikolto aan.

De theorie klonk alvast helder en overtuigend… maar de praktijk ontbrak. Vanuit een gedeelde pioniersgeest besloten de twee organisaties om praktijkkennis op te bouwen in zogenaamde ketenprojecten. Colruyt Group besefte immers dat haar Private Label merken zoals Boni, Spar en Graindor een enorme opportuniteit boden om een opwaartse spiraal op gang te brengen.

In de ketenprojecten wordt nauw samengewerkt met alle ketenpartners, van producent tot retailer. Samenwerking op lange termijn en win-win-oplossingen staan centraal om boeren in onze internationale ketens betere markttoegang te geven, de kwaliteit en duurzaamheid van het product te verbeteren en hen een hefboom aan te reiken om de levensomstandigheden te verbeteren. Tegelijk heb je als retailer een sterke propositie naar de klant omdat je duurzaam consumeren tastbaar kan maken.

De ketenprojecten leveren inspiratie en praktische instrumenten op voor bedrijven in de retail en voedingsindustrie om concreet aan de slag te gaan.

Jan Wyckaert Directeur Rikolto in België

Ondertussen lopen er 7 ketenprojecten, waarvan je de grondstoffen terugvindt in 43 verschillende producten, verkocht in de winkels van Colruyt Group (Colruyt Laagste Prijzen, Spar en Bioplanet)

Van rollercoaster naar stabielere ketens

Om de ketenprojecten te versterken, wordt er bij ieder ketenproject van Colruyt Group ook een opleidingsproject voorzien via Collibri Foundation, om specifiek jongeren kansen te geven in de landbouwsector. “Zo gaat een sociale investering via vorming en capacity building hand in hand met de opbouw van een commerciële keten”, legt Mieke Vercaeren uit. “Met als positief resultaat: een socio-economische meerwaarde op lange termijn in de landen waar de grondstoffen geproduceerd worden.”

Voor Rikolto zijn deze ketenprojecten een voorbeeld van hoe je met een succesvol business model kan bijdragen aan het verduurzamen van de landbouw- en voedingssector. “De ketenprojecten leveren inspiratie en praktische instrumenten op voor bedrijven in de retail en voedingsindustrie om concreet aan de slag te gaan“, zegt Jan Wyckaert.

Het eerste ketenproject waar Colruyt Group en Rikolto in 2006 hun tanden in zetten, was rijst uit Benin. De daarop volgende jaren zouden nog heel wat andere ketens opgestart worden, naast Rikolto ook met andere “facilitators” zoals Trias, Enabel, Efico, Koning Boudewijn Stichting, Broederlijk Delen en Solid. Met wisselend succes, want een ‘walk in the park’ zijn zulke ketenprojecten nooit. Eerder een rollercoaster waarbij telkens nieuwe obstakels moeten overwonnen worden om te komen tot een stabiele, betrouwbare, en rendabele keten.

Uit de successen putten we energie. Uit de mislukkingen trokken we telkens waardevolle lessen. Zo bouwden we ook samen stap per stap een methodologie uit, om de slaagkans van toekomstige projecten te verbeteren.

De komende weken delen we die lessen in een reeks artikelen. De leidraad daarbij zijn de principes van het inclusief zaken doen. Deze staan centraal in de LINK-methodologie van The International Center for Tropical Agriculture (CIAT), die we als theoretische achtergrond gebruiken bij onze samenwerkingen.

6 principes voor inclusief zaken doen

  1. Samenwerking in de keten: Effectieve samenwerking tussen de actoren in de keten met een gemeenschappelijk doel
  2. Effectieve marktverbindingen: Nieuwe relaties tussen alle betrokkenen in de keten, die leiden tot een stabiele markt en een constant aanbod en constante afname
  3. Eerlijkheid en transparant beheer: Een fair en transparant beleid met eerlijke prijzen en gedeelde commerciële risico’s
  4. Gelijkwaardige toegang tot diensten: Toegang tot krediet, technische ondersteuning op het terrein en marktinformatie
  5. Inclusieve innovatie: Niet ‘voor’ maar ‘met’ boeren
  6. Meten van resultaten: Indicatoren en concrete opvolgingsplannen vastleggen en evalueren

Voor elk principe vertellen we hoe we het naar de praktijk proberen te vertalen in de verschillende ketenprojecten. We vinden het de moeite om onze ervaringen te delen met de buitenwereld omdat we ervan overtuigd zijn dat het de impact van het geleverde werk kan vergroten. We hopen dus dat deze artikels inspireren tot gelijkaardige initiatieven en uitnodigen tot samenwerking.

Volgende aflevering: Samenwerken in de keten: met goede wil alleen kom je er niet